Auteur: Dries Couckuyt

Welke visie op een ecologische transitie biedt het “ecorealisme” eigenlijk?

Welke visie op een ecologische transitie biedt het “ecorealisme” eigenlijk?

Dries Couckuyt uit Ingelmunster, kandidaat op de vierde plaats voor de Vlaamse lijst trok dit weekend richting Gent voor de N-VA – studiedag. Zijn bevindingen schreef hij neer in een opiniestuk voor Knack en kan je hier lezen.
Zijn besluit was duidelijk: na alle forse uitspraken over kernenergie biedt het ‘ecorealisme’ niets van visie op de ecologische transitie die ons te wachten staat

Welke visie op een ecologische transitie biedt het “ecorealisme” eigenlijk?

Is “ecorealisme” een uitvinding van de studiedienst of van de communicatiedienst?’ vraagt Dries Couckuyt na afloop van de N-VA-studiedag over energie en ecologie.

Onder impuls van duizenden jongeren wordt ‘het klimaat’ een belangrijk thema bij de verkiezingen in mei. En maar goed ook. Iedere partij wordt genoodzaakt om met een heldere visie te komen over de ecologische transitie die ons land te wachten staat. Zo ook de N-VA. De partijvoorzitter ontpopte zich ondertussen tot optimist en met een belangrijke rol voor kernenergie binnen hun ecorealisme
gaan ze het klimaatdebat aan. Afgelopen zaterdag verzamelden ze zelfs in Gent om er één van hun vier V-dagen aan te wijden.

Kernenergie is geen realistische oplossing voor het klimaatprobleem. 

Centrale gast op de studiedag was Michael Shellenberger, een Amerikaan met een ver verleden in de milieubeweging die zich op een dag heeft bekeerd tot de nucleaire sector. Samen met andere ecomodernisten (‘ecorealisten’ klinkt beter in het Vlaams) gelooft hij in kernenergie als oplossing voor het klimaatprobleem.

Ikzelf ben tegen kernenergie en de ideeën van N-VA kunnen me moeilijk bekoren. Tegenstellingen zijn er om overbrugd te worden en daarom besloot ik om zelf ook eens te gaan luisteren.

De energieproductie moet volgens de N-VA duurzaam, betrouwbaar en betaalbaar zijn. Waardevolle uitgangspunten maar de belangrijke rol voor kernenergie in onze energiemix kon me toch niet overtuigen. Michael Shellenberger pleitte voor ‘maar’ drie nieuwe kernreactoren om CO2 neutraal te worden in onze elektriciteitsproductie. Ook in de brochure van het ecorealisme die werd uitgedeeld, staat te lezen dat een nieuwe kerncentrale bespreekbaar is indien economisch rendabel. Ik zou het kunnen hebben over de argumenten ‘dat er niemand is gestorven bij de kernramp van Fukushima’ of ‘dat schildklierkanker gemakkelijk te genezen is’ maar sta me toe toch bij de kern van de zaak te blijven: biedt nucleaire energie in België een ecologische en realistische oplossing voor het klimaatprobleem?

Een belangrijk argument van de ecorealisten is dat het sluiten van kerncentrales tot meer CO2 leidt waardoor we onze klimaatdoelstellingen niet zouden halen. Intuïtief klinkt dit heel aannemelijk, de realiteit is anders. De Belgische energieproductie valt onder de regels van het ‘EU Emission Trading Scheme’. Dit systeem legt een maximale globale hoeveelheid CO2 in Europa vast en creëert verhandelbare uitstootrechten. Een nieuwe gascentrale in België zorgt daardoor niet voor extra CO2, ze duwt wel een oude steenkoolcentrale die meer uitstootrechten moet betalen uit de markt. Door de maximale globale CO2 uitstoot in Europa vast te leggen en vervolgens stelselmatig te verlagen, vindt een geleidelijke en betaalbare transitie plaats. Onder dit systeem kunnen gascentrales als een overgangstechnologie worden beschouwd naar een volledig duurzame energieproductie. Pleiten voor kerncentrales omdat gascentrales de CO2 uitstoot doen toenemen klopt dus niet in een Europese context.

 

 

Kernenergie is de duurste vorm van energie, windenergie de goedkoopste. 

De ecorealisten pakken ook graag uit met verhalen over hoe innovatief het nucleair onderzoek wel niet is en welke wetenschappelijke sprongen er wel niet gemaakt kunnen worden. Het zal aan het vroege lenteweer liggen maar men lijkt te vergeten dat ons land kampt met een structureel probleem van elektriciteitsbevoorrading. Dit betekent eigenlijk dat de investeringen in nieuwe productiecapaciteit gisteren al moesten gebeuren. Hoe wetenschappelijk interessant ook, onzekere projecten qua uitkomst en financiering van een operationele MYRRHA-reactor tegen 2033, thoriuminstallaties tegen 2035 of andere kerncentrales van de vierde generatie tegen 2050 zijn in onze Belgische context gewoon niet aan de orde. De realiteit vraagt om oplossingen waar we vandaag kunnen aan beginnen.

De ecorealisten zetten hun goedkope nucleaire energie ook graag af tegen de overgesubsidieerde groene energie. Dit verhaaltje is volledig achterhaald. Recente studies tonen aan dat kernenergie de duurste vorm van energie is geworden, windenergie de goedkoopste. De economische realiteit toont dit ook aan. De privésector is niet langer bereid om te investeren in kernenergie. De nieuwe generatie reactoren die worden gebouwd in Frankrijk, Finland en Groot-Brittannië kosten een veelvoud van wat was begroot. Zelfs met grote financiële inspanningen van de Britse overheid trekken Toshiba en Hitachi zich terug uit de nucleaire projecten. Bovendien is er geen kat die weet wat de berging van het nucleair afval zal kosten en er is ook geen ezel zo dom te vinden die de kerncentrales wil verzekeren.

 

 

Geen heldere visie op een ecologische transitie, maar business as usual. 

Tenzij het ecorealisme is uitgevonden door de communicatie- en niet de studiedienst hebben ze bij N-VA de analyse hierboven ook al gemaakt. Wat blijft er dan nog over? De ecorealisten gaan het klimaat redden door twee van onze kernreactoren 10 jaar langer open te houden. Laten we wel wezen, dit is geen heldere visie op een ecologische transitie, het is business as usual. Er wordt al 15 jaar geleuterd over de nucleaire uitstapkalender met alle gevolgen van dien. Hoe langer we uitstellen en dichter bij 2050 komen, hoe moeilijker het wordt om nog een rendabel businessmodel te vinden voor de gascentrales die er dan toch moeten komen. Bovendien dreigen onze beperkt flexibele kerncentrales meer en meer te botsen met het volatiele karakter van wind en zon. Dit komt verdere investeringen in hernieuwbare energie helemaal niet ten goede.

Na alle forse uitspraken over kernenergie is de balans van het ecorealisme vrij teleurstellend. Het argument van meer CO2 door kerncentrales te sluiten, gaat niet op in een Europese context. Op vandaag heeft ons Belgisch elektriciteitssysteem niets aan de onzekere nucleaire doorbraken. Als ze er al komen, is het nog tientallen jaren wachten. Bovendien is kernenergie de enige technologie die duurder wordt, andere energiebronnen worden enkel goedkoper. Als zwaktebod dan opnieuw wat schuiven in de nucleaire uitstapkalender fnuikt haalbare investeringen in ons energielandschap. Welke visie op een ecologische transitie biedt het ecorealisme dan eigenlijk?

Bron: https://www.knack.be/nieuws/belgie/welke-visie-op-een-ecologische-transitie-biedt-het-ecorealisme-eigenlijk/article-opinion-1433529.html

Waarom de salariswagen wel moet verdwijnen.

Waarom de salariswagen wel moet verdwijnen.

In de opinie ‘Waarom de salariswagen nooit mag verdwijnen’ verdedigt Kristof De Roeck het voortbestaan van de salariswagen. Zonder autogebruikers te willen stigmatiseren, maak ik in deze reactie toch enkele bedenkingen. De salariswagens zijn een oplossing voor een fiscaal probleem: de hoge lasten op arbeid. Maar het is een oplossing zonder voldoende aandacht voor de individuele werknemer, zonder focus op wat werkelijk duurzaam is, zonder een doordachte inzet van de publieke middelen. Laat ons werknemers voortaan betalen in euro’s in plaats van auto’s.

 

“Laat ons werknemers voortaan
betalen in euro’s in plaats van auto’s.”

 

Vrijheid voor de werknemer is een stap in de goede richting

De auteur verdedigt de salariswagen in de eerste plaats door te stellen dat er voor veel scenario’s eenvoudigweg geen goed alternatief bestaat, zowel voor professionele als privéverplaatsingen. Met een salariswagen wordt de werknemer ‘geholpen’ in zijn mobiliteit. Het is niet correct om er van uit te gaan dat iedereen zich in dezelfde situatie zonder alternatieven bevindt of wagenbezit als even waardevol ervaart.

 

In mijn jonge, professionele loopbaan heb ik de eerst vier jaar gewerkt en gewoond in Brussel. Mijn werkgever heeft me toen ook ‘geholpen’ met een salariswagen. De realiteit was echter dat ik liever een tramticket kocht om de verplaatsing van vijf kilometer te maken. Mijn garagebox van 150 euro per maand werd opgezegd, mijn salariswagen kwam op de bedrijfsparking te staan en af en toe werd hij in het weekend eens van stal gehaald.

 

De voorbije drie jaar werk ik in centrum Gent en woon ik 44 kilometer verder in een kleinere gemeente. In normale omstandigheden is het 45 minuten met de wagen of 65 minuten met het openbaar vervoer. Vandaag bezit ik zelf geen auto en mijn werkgever ‘helpt’ me ook niet met een salariswagen. In mijn huidige situatie zou ik het aanbod zelfs weigeren. Ik heb er echt geen probleem mee om 20 minuten langer te reizen als ik onderweg mijn krant kan lezen, wat werk kan afronden en ook nog wat beweging heb. Veronderstellen dat iedereen mijn zo goed als autoloos leven kan overnemen, is kort door de bocht. Maar het omgekeerde, veronderstellen dat iedereen ‘geholpen’ is met een salariswagen, is dat evengoed.

 

Mijn punt is: de salariswagen verdedigen omdat ‘iedereen’ er nood aan heeft, is niet ernstig. De werknemer zal zelf wel beslissen wat voor hem het beste is, geef hem gewoon de vrijheid: euro’s in plaats van auto’s. Met het mobiliteitsbudget of de mobiliteitsvergoeding worden hier stappen in de goede richting gezet.

 

“Veronderstellen dat iedereen mijn zo goed als autoloos leven kan overnemen, is kort door de bocht.
Maar het omgekeerde, veronderstellen dat iedereen ‘geholpen’ is met een salariswagen, is dat evengoed.”

 

De helft uitstoot maar dubbel zoveel kilometers is niet duurzaam

 

Het blijft de vraag of deze vrijheid volstaat om onze mobiliteit duurzamer te maken. Kristof De Roeck pleit ook voor de salariswagen als katalysator voor een zuiniger wagenpark. Als we duurzamere wagens in aanmerking laten komen voor een fiscaal voordeel als salariswagen, komen deze later ook op de tweedehandsmarkt en zal de transitie sneller gaan. Deze redenering gaat voorbij aan het feit dat er voor de overheid echt nog wel andere, goedkopere manieren bestaan om deze nobele doelstelling te realiseren. Globaal gezien kan er met wetgeving en normering al veel bereikt worden.

 

Het tweede probleem met deze redenering is van individuele aard. Wat baat het als u met een hybride salariswagen rijdt die de helft uitstoot maar met een gratis tankkaart tegelijkertijd aangemoedigd wordt om dubbel zoveel kilometers af te leggen? Dit is wat salariswagens echt schadelijk maakt: het verband tussen het individuele gedrag en de werkelijke kost wordt volledig tenietgedaan. Waarom zou u ook nog maar één seconde een vervoersalternatief overwegen? Van uw werkgever en de overheid krijgt u een auto en per jaar duizenden gratis kilometers. De vrijheid is er misschien wel, maar de keuzes zijn niet eerlijk en niet duurzaam.

 

“De vrijheid is er misschien wel,
maar de keuzes zijn niet eerlijk en niet duurzaam.”

 

Een dure paradox in het beleid

De overheid moet hier ingrijpen en het systeem van salariswagens moet op de schop. Niet enkel om iedereen bewust te maken over zijn individuele mobiliteit maar evengoed om zelf een duidelijke richting te kiezen in het beleid. Enerzijds niet durven raken aan salariswagens en anderzijds initiatieven nemen (lees: middelen besteden) voor propere lucht is een heel dure paradox. Het betekent dat zowel mogelijke oorzaken als mogelijke oplossingen met publieke middelen gefinancierd worden. We betalen dus twee keer.

 

Ik wil autogebruikers allerminst stigmatiseren en heb begrip voor ieders situatie. Ik heb kritiek op een systeemfout. Een fout systeem van salariswagens dat ons niet meer doet nadenken over onze verplaatsingen. Een systeem dat denkt zelf te weten wat het beste is voor de individuele werknemer. Een systeem dat denkt bij te dragen aan een duurzamer wagenpark terwijl de meest duurzame wagen nog altijd geen wagen is. En een systeem dat met publieke middelen veroorzaakt wat we vervolgens weer willen oplossen met diezelfde publieke middelen.

 

Dries Couckuyt
Kandidaat Vlaams Parlement – 4de plaats