Category: Duurzaam groeien

Het gaat bij sp.a om verbindingen!

Het gaat bij sp.a om verbindingen!

Laura Cools is laatstejaarsstudente rechten aan de UGent en als klimaatactiviste een van de trekkers van de klimaatbetogingen. Dries Couckuyt doctoreert aan de UGent en gaat autovrij door het leven. Ze zijn kandidaat op de lijst van sp.a voor het Vlaams parlement.

 

 

 

 

 

 

 

 

In Zeno van 20 april heeft Bart Eeckhout het over de tactische vertwijfeling die de klimaatkwestie bij sp.a blootlegt. Met zowel een klimaatplan als een klassiek rood kiesprogramma spreekt hij van een spagaat tussen een jonger, hoger opgeleide groep kosmopolieten en een korter geschoold arbeiderspubliek.

Dat een korter geschoold arbeiderspubliek terugdeinst van het zwaar beladen woord ‘klimaat’ als een bedreiging voor industrie en werkgelegenheid kunnen we begrijpen. Maar daar stopt de spreidstand dan ook. Gezien de urgentie van de klimaatproblematiek kan je ons moeilijk verwijten een plan te hebben. Dat plan bestaat uit concrete maatregelen. En met een energiezuinig huis voor iedereen, een basispakket duurzame elektriciteit voor iedereen, gratis of goedkoop openbaar vervoer voor iedereen, is de vraag eerder of het nog socialistischer kan?

Onze West-Vlaamse jongeren stellen hun klimaatmaatregelen voor: Laura Cools: alle woningen energiezuinig maken ✅, Melissa Depraetere: stoppen met bomen kappen en zwerfvuil aanpakken ✅ en Maxim Veys: BTW op elektriciteit terug op 6% brengen ✅. #NieuweStrijd

Geplaatst door sp.a West-Vlaanderen op Donderdag 18 april 2019

Valse tegenstelling

Bart Eeckhout plaatst ons, de jonge, progressieve kosmopolieten, tegenover de traditioneel-linkse arbeidersklasse. We vinden dit een een valse tegenstelling. Als dochter van een leerkracht en agent, als zoon van een poetsvrouw en treinbestuurder, komen we niet bepaald uit hogere kringen. Het is wel dankzij de sociale welvaartsstaat, waar sp.a een heel belangrijke rol in speelt, dat jongeren zoals wij zich hebben kunnen ontwikkelen tot de zogenaamde hoogopgeleide kosmopolieten. We zijn ons daar sterk van bewust en verloochenen onze afkomst niet.

Samenlevingen evolueren en ook de mensen die deze veranderende maatschappij willen vertegenwoordigen kunnen geen onveranderlijke figuren zijn. Ook mensen die in arbeidersgezinnen opgroeien, kunnen zich nu ontpoppen tot kosmopolieten die niet meer hoeven wakker te liggen van primaire noden als onderdak, voedsel en onderwijs. Dat zorgt ervoor dat ook wij nu volop kunnen reflecteren over wereldproblemen zoals klimaat en migratie. Daarbij vergeten wij echter nooit van waar we komen. Onze progressieve kijk op hedendaagse problemen, verhindert niet dat wij nog steeds achter de linkse antwoorden op traditionele vraagstukken staan.

 

Product van haar tijd

En laat nu net dat de toekomst zijn waar wij, en sp.a, voor staan. We spelen misschien als kosmopolieten in de spits maar brengen traditioneel linkse antwoorden op het veld. Dit idee wordt nu al verpersoonlijkt in de VS door Alexandria Ocasio-Cortez, het jongste vrouwelijke Congreslid ooit. Afkomstig uit een migrantenfamilie in een arme New Yorkse wijk, weet ze als geen ander wat er speelt in de traditionele arbeidersklasse. Tegelijk is ze ook een product van haar tijd, en profileert ze zich in het Congres niet alleen op sociale thema’s, maar evengoed op klimaat. Meer nog, ze maakt de verbinding tussen beide. Als ecosocialist hekelt ze de impact van het kapitalistische op onder meer het klimaat en koppelt ze sociale en ecologische oplossingen. Ook wij, de jonge kosmopolieten bij sp.a, zijn een product van onze tijd, én van onze afkomst. Ook wij zijn ecosocialisten en geloven in de koppeling tussen progressieve en links-traditionele antwoorden op maatschappelijke problemen.

Net zoals Alexandria willen we het traditionele arbeiderspubliek hiervan overtuigen. De klimaatmaatregelen die we voorstellen maken dat ook mogelijk. Om het heel zwart-wit te stellen: al ben je nu voor of tegen ‘het klimaat’, ons renovatieplan wil iedereen van een energiezuinig huis voorzien wat zorgt voor lagere energiefacturen en meer comfort. Ons basispakket duurzame elektriciteit dient net zo goed om energiearmoede te bestrijden. Hetzelfde geldt voor gratis of goedkoop openbaar vervoer om de vervoersarmoede aan te pakken. Wij zien die spagaat eigenlijk niet. In de concrete maatregelen zien wij enkel verbindingen tussen de jonge kosmopolieten en het traditionele arbeiderspubliek.

 

Zekerheid op een goed inkomen en lagere facturen. Voor iedereen. 

Zekerheid op een goed inkomen en lagere facturen. Voor iedereen. 

De koek is niet eerlijk verdeeld. Dat maakt ons boos. De welvaart groeit, maar de winst gaat vooral naar de aandeelhouders en de grote vermogens. Wie veel heeft, krijgt extra. Terwijl wie elke dag zijn best doet én bijdraagt, nog meer moet betalen.

Veel gezinnen en alleenstaanden hebben het steeds moeilijker om aan het einde van de maand rond te komen door de stijgende facturen. Laat staan dat ze nog iets overhouden om te sparen of leuke dingen te doen.

 

“Wist je dat 230.000 Belgen werken
– mensen met een job! –
en toch arm zijn”

 

De facturen zijn veel sterker gestegen dan de inkomens, terwijl er geen bijdrage is gevraagd aan de grote vermogens. Het zijn altijd dezelfde die moeten betalen.

Als je weet dat de dividenden van de aandeelhouders in ons land in enkele jaren stegen met 270% (!), als je weet dat het vermogen van de allerrijksten in ons land tussen 2015 en 2017 steeg met 30 miljard (!), dan is er wel geld genoeg om mensen opnieuw zekerheid op een betaalbaar leven te geven.

 

 

België loopt jaarlijks meer dan 30 miljard inkomsten mis, omdat multinationals, grote bedrijven en fraudeurs belastingen ontwijken of vals spelen. De reden waarom te veel mensen in dit land te veel belastingen betalen, is omdat het grootkapitaal en de valsspelers er veel te weinig of niet betalen.

 

“Wist je dat De Belgen de stijgende facturen
als hun belangrijkste uitdaging ervaren.”

 

Onze voorstellen:

  • een goed loon voor iedereen die werkt: minstens 2.300 euro bruto = 14 euro/uur;
  • Een euro is een euro. Elke vorm van inkomen is gelijk voor de belastingen, of dat nu komt uit werk of uit kapitaal.
  • Elektriciteit en water moeten goedkoper. Verlaging van de btw op elektriciteit naar 6%en een gratis basispakket voor water en elektriciteit. Omdat water en elektriciteit basisbehoeften zijn.
  • Een pensioen van minstens 1.500 euro voor wie 42 jaar heeft gewerkt. Niet de leeftijd telt, maar het aantal jaren op de teller. Wie op zijn 18de begon, kan op 60 met pensioen. Wie op z’n 23ste begon, kan op 65 jaar.
  • Een rusthuisfactuur mag nooit hoger zijn dan je pensioen. Daarom voeren we een maximumfactuur voor wie een kamer heeft in het rusthuis.

 

Zekerheid op een goed inkomen en lagere facturen. Voor iedereen. 

HET.KAN.WEL. #NieuweStrijd

 

 

Politieke stilstand is het probleem, niet de spijbelende jongeren

Politieke stilstand is het probleem, niet de spijbelende jongeren

Oona Wyns en Maxim Vandekerckhove – beiden kandidaat voor de Europese verkiezingen – schreven dit opiniestuk dat op 28 februari verscheen op de website van Knack.

Tegenover al die wakkere burgers staat het onmiskenbare gebrek aan daadkracht en besluitvorming van de Europese Unie.
Alles lijkt vast te lopen, soms zelfs doelbewust’, schrijft een groep jonge SP.A-kandidaten voor de Europese Verkiezingen.

Zelden was de kloof tussen het vermoeide, cynische en zelfgenoegzame Europa met het jonge, idealistische en maatschappelijk ambitieuze Europa zo zichtbaar als in de ontmoeting van Commissievoorzitter Juncker met klimaatstaakster Greta Thunberg. Juncker miste het moment compleet en ging in lijstjesmodus: kijk eens wat we allemaal al hebben gedaan. Eerder durfde Geert Bourgeois hetzelfde in het Vlaams Parlement te doen. Cynisch als je weet dat het punt van de klimaatspijbelaars nu net is dat die politici verre van genoeg hebben gedaan om de klimaatverandering op tijd te stoppen. Dit cynisme vertaalt zich in een pijnlijke afgang voor een hele politieke generatie en een verlies van vertrouwen in de politiek.

Politieke stilstand is het probleem, niet de spijbelende jongeren.

Enkele jaren geleden lanceerden Juncker en de regeringsleiders het debat over de toekomst van Europa. Wel, heren Juncker en Bourgeois, de toekomst staat voor jullie neus. En ze zeggen jullie dat jullie lijstjes getuigen van gebrek aan ambitie, competentie en leiderschap. Wij jongeren vragen aan de politiek: ‘Doe iets. Los het op. Wees verdomme eindelijk eens moedig. Wees eindelijk eens competent. Wees eindelijk wat jullie al een lange tijd hadden moeten zijn.’

Dat het nodig en dringend is dat jongeren zich laten horen is al eerder duidelijk geworden in de Brexit. Ongeveer 70% van de 18 tot 24-jarigen in Groot-Brittannië twee jaar terug voor ‘remain’. Helaas kwamen ‘slechts’ minder dan 65% van hen stemmen. De 65-plussers daarentegen kwamen met 90% opdagen en stemden massaal voor ‘exit’. Met alle gevolgen van dien. En pas nu beginnen de Britten door te hebben dat ze in de shit zitten. En zij niet alleen. De Brexit was namelijk een trigger voor veel Europeanen. Sinds het referendum is de steun voor de EU weer toegenomen op het continent. Niet alleen Britten hebben nu door dat de leugens van populisten die de EU willen uithollen – van Nigel Farage toen tot Marine Le Pen vandaag – ernstige gevolgen kunnen hebben. Ook in Europa groeit het besef. Dat is een goeie zaak, alleen is de vraag: en nu?

 

Alles lijkt vast te lopen, soms zelfs doelbewust.

 

Want tegenover die wakkere burgers staat het onmiskenbare gebrek aan daadkracht en besluitvorming van de Europese Unie. Alles lijkt vast te lopen, soms zelfs doelbewust. Klimaat, migratie, digitalisering, taxatie van multinationals, jongerenwerkloosheid. Dingen waar de burgers, met jongeren op kop, van wakker liggen, stuiten bij het beleid op veto’s, rode lijnen en een gebrek aan politieke durf. Precies daardoor dreigen de verkiezingen van 2019 alsnog de verkiezingen van de anti-Europese stem te worden. Anti-Europese populisten blijven beangstigend hoog scoren in peilingen. En ze bundelen ze de krachten, over Europese grenzen heen, zelfs met steun van Rusland, om na mei een extreem-rechts front te vormen.

 

Een verhaal dat ons, jongeren, betrekt.

Hoog tijd dus voor dat jonge, idealistische en maatschappelijk ambitieuze Europa om met een geloofwaardig verhaal te komen. Een verhaal dat ons, jongeren, betrekt. Dat niet meer over ons maar met ons praat. Dat niet meer vanop de zijlijn door ons becommentarieerd wordt maar wel samen met ons geschreven wordt. Dat zich niet langer beperkt tot het onmiddellijk haalbare, maar Europa ook echt verandert.
Het vermoeide Europa zegt: ‘Europa neemt vandaag nog maar 7 procent van de wereldbevolking voor zijn rekening, produceert 25 procent van het globale bruto binnenlands product, maar financiert wel 50 procent van de wereldwijde uitgaven voor sociale zekerheid. Dat is onhoudbaar.’Opvallend: het citaat komt van Angela Merkel, niet meteen een Europa-pessimist.

Historische sociale vooruitgang

Maar wij, het millennial Europa, zeggen: het is omgekeerd. Het is precies door die sociale uitgaven dat wij, Europese landen, in de top van de wereldranglijst staan als het gaat over menselijke ontwikkeling, onderwijsniveau, lage armoedecijfers en lage ongelijkheid. Het is precies om die reden dat de hele wereld naar Europa kijkt als dé plek van kansen en mogelijkheden voor iedereen, ongeacht geaardheid, religie, afkomst of overtuiging, én er naar wil verhuizen als de kans zich aandient. Dat is een historische sociale vooruitgang. Eén die we niet enkel moeten beschermen maar ook duurzaam willen maken voor de volgende generaties Europeanen. En daar knelt het schoentje. Die ambitie ontbreekt tot op vandaag volledig in het Europese project.

In plaats daarvan wordt het voor velen in Europa normaal aan onszelf te twijfelen. ‘Zoveel welvaartsstaat, democratie, vrijheid hebben ze elders in de wereld niet en dus moeten we misschien ook maar met minder tevreden zijn.’ En helaas beginnen ook jongeren te twijfelen aan de democratie. ‘If it ain’t fixing anything, it must be broke’, hoor je ze denken.

 

Want wij weten dat Europa pas geworden is wat het is
door zo’n sterk sociaal model uit te bouwen.

Wij zijn die zelftwijfel beu. Wij willen wél ambitieus zijn. Wij willen wél durven. Want wij weten dat Europa pas geworden is wat het is door zo’n sterk sociaal model uit te bouwen. Onze liefde voor de EU staat buiten kijf en we hebben bovendien een positieve agenda voor de EU van de toekomst. Zo moeilijk is het ook niet wanneer er politieke wil en durf is. Zorg ervoor dat overheden niet meer besparen op de toekomst van jongeren maar voor jobs en een minimumloon zorgen als het economisch moeilijk gaat. Zorg ervoor dat Europa aan de wereld toont hoe klimaatverandering écht ambitieus aan te pakken. Zorg ervoor dat dat multinationals niet meer kunnen shoppen naar de laagste belasting in Europa. Zorg ervoor dat iedereen in heel Europa zijn eigen levensbeschouwing en seksualiteit kan beleven met respect voor die van anderen. Zorg er voor dat migratie naar en in Europa veilig en menselijk is.

En zorg er vooral voor dat het leiderschap van vermoeide, oude, grijze mannen, en incompetente politiek niet in de weg staan van die oplossingen. Dat is voor ons, ‘millennial socialists’, de inzet van de Europese verkiezingen van 2019.

De’ millennial socialists’ op de SP.A-lijst voor de Europese verkiezingen zijn Oona Wyns, Kenan Akyil, Kaoutar Oulichki, Maxim Vandekerckhove, Yana Giovanis en Nora Mouallali.

Welke visie op een ecologische transitie biedt het “ecorealisme” eigenlijk?

Welke visie op een ecologische transitie biedt het “ecorealisme” eigenlijk?

Dries Couckuyt uit Ingelmunster, kandidaat op de vierde plaats voor de Vlaamse lijst trok dit weekend richting Gent voor de N-VA – studiedag. Zijn bevindingen schreef hij neer in een opiniestuk voor Knack en kan je hier lezen.
Zijn besluit was duidelijk: na alle forse uitspraken over kernenergie biedt het ‘ecorealisme’ niets van visie op de ecologische transitie die ons te wachten staat

Welke visie op een ecologische transitie biedt het “ecorealisme” eigenlijk?

Is “ecorealisme” een uitvinding van de studiedienst of van de communicatiedienst?’ vraagt Dries Couckuyt na afloop van de N-VA-studiedag over energie en ecologie.

Onder impuls van duizenden jongeren wordt ‘het klimaat’ een belangrijk thema bij de verkiezingen in mei. En maar goed ook. Iedere partij wordt genoodzaakt om met een heldere visie te komen over de ecologische transitie die ons land te wachten staat. Zo ook de N-VA. De partijvoorzitter ontpopte zich ondertussen tot optimist en met een belangrijke rol voor kernenergie binnen hun ecorealisme
gaan ze het klimaatdebat aan. Afgelopen zaterdag verzamelden ze zelfs in Gent om er één van hun vier V-dagen aan te wijden.

Kernenergie is geen realistische oplossing voor het klimaatprobleem. 

Centrale gast op de studiedag was Michael Shellenberger, een Amerikaan met een ver verleden in de milieubeweging die zich op een dag heeft bekeerd tot de nucleaire sector. Samen met andere ecomodernisten (‘ecorealisten’ klinkt beter in het Vlaams) gelooft hij in kernenergie als oplossing voor het klimaatprobleem.

Ikzelf ben tegen kernenergie en de ideeën van N-VA kunnen me moeilijk bekoren. Tegenstellingen zijn er om overbrugd te worden en daarom besloot ik om zelf ook eens te gaan luisteren.

De energieproductie moet volgens de N-VA duurzaam, betrouwbaar en betaalbaar zijn. Waardevolle uitgangspunten maar de belangrijke rol voor kernenergie in onze energiemix kon me toch niet overtuigen. Michael Shellenberger pleitte voor ‘maar’ drie nieuwe kernreactoren om CO2 neutraal te worden in onze elektriciteitsproductie. Ook in de brochure van het ecorealisme die werd uitgedeeld, staat te lezen dat een nieuwe kerncentrale bespreekbaar is indien economisch rendabel. Ik zou het kunnen hebben over de argumenten ‘dat er niemand is gestorven bij de kernramp van Fukushima’ of ‘dat schildklierkanker gemakkelijk te genezen is’ maar sta me toe toch bij de kern van de zaak te blijven: biedt nucleaire energie in België een ecologische en realistische oplossing voor het klimaatprobleem?

Een belangrijk argument van de ecorealisten is dat het sluiten van kerncentrales tot meer CO2 leidt waardoor we onze klimaatdoelstellingen niet zouden halen. Intuïtief klinkt dit heel aannemelijk, de realiteit is anders. De Belgische energieproductie valt onder de regels van het ‘EU Emission Trading Scheme’. Dit systeem legt een maximale globale hoeveelheid CO2 in Europa vast en creëert verhandelbare uitstootrechten. Een nieuwe gascentrale in België zorgt daardoor niet voor extra CO2, ze duwt wel een oude steenkoolcentrale die meer uitstootrechten moet betalen uit de markt. Door de maximale globale CO2 uitstoot in Europa vast te leggen en vervolgens stelselmatig te verlagen, vindt een geleidelijke en betaalbare transitie plaats. Onder dit systeem kunnen gascentrales als een overgangstechnologie worden beschouwd naar een volledig duurzame energieproductie. Pleiten voor kerncentrales omdat gascentrales de CO2 uitstoot doen toenemen klopt dus niet in een Europese context.

 

 

Kernenergie is de duurste vorm van energie, windenergie de goedkoopste. 

De ecorealisten pakken ook graag uit met verhalen over hoe innovatief het nucleair onderzoek wel niet is en welke wetenschappelijke sprongen er wel niet gemaakt kunnen worden. Het zal aan het vroege lenteweer liggen maar men lijkt te vergeten dat ons land kampt met een structureel probleem van elektriciteitsbevoorrading. Dit betekent eigenlijk dat de investeringen in nieuwe productiecapaciteit gisteren al moesten gebeuren. Hoe wetenschappelijk interessant ook, onzekere projecten qua uitkomst en financiering van een operationele MYRRHA-reactor tegen 2033, thoriuminstallaties tegen 2035 of andere kerncentrales van de vierde generatie tegen 2050 zijn in onze Belgische context gewoon niet aan de orde. De realiteit vraagt om oplossingen waar we vandaag kunnen aan beginnen.

De ecorealisten zetten hun goedkope nucleaire energie ook graag af tegen de overgesubsidieerde groene energie. Dit verhaaltje is volledig achterhaald. Recente studies tonen aan dat kernenergie de duurste vorm van energie is geworden, windenergie de goedkoopste. De economische realiteit toont dit ook aan. De privésector is niet langer bereid om te investeren in kernenergie. De nieuwe generatie reactoren die worden gebouwd in Frankrijk, Finland en Groot-Brittannië kosten een veelvoud van wat was begroot. Zelfs met grote financiële inspanningen van de Britse overheid trekken Toshiba en Hitachi zich terug uit de nucleaire projecten. Bovendien is er geen kat die weet wat de berging van het nucleair afval zal kosten en er is ook geen ezel zo dom te vinden die de kerncentrales wil verzekeren.

 

 

Geen heldere visie op een ecologische transitie, maar business as usual. 

Tenzij het ecorealisme is uitgevonden door de communicatie- en niet de studiedienst hebben ze bij N-VA de analyse hierboven ook al gemaakt. Wat blijft er dan nog over? De ecorealisten gaan het klimaat redden door twee van onze kernreactoren 10 jaar langer open te houden. Laten we wel wezen, dit is geen heldere visie op een ecologische transitie, het is business as usual. Er wordt al 15 jaar geleuterd over de nucleaire uitstapkalender met alle gevolgen van dien. Hoe langer we uitstellen en dichter bij 2050 komen, hoe moeilijker het wordt om nog een rendabel businessmodel te vinden voor de gascentrales die er dan toch moeten komen. Bovendien dreigen onze beperkt flexibele kerncentrales meer en meer te botsen met het volatiele karakter van wind en zon. Dit komt verdere investeringen in hernieuwbare energie helemaal niet ten goede.

Na alle forse uitspraken over kernenergie is de balans van het ecorealisme vrij teleurstellend. Het argument van meer CO2 door kerncentrales te sluiten, gaat niet op in een Europese context. Op vandaag heeft ons Belgisch elektriciteitssysteem niets aan de onzekere nucleaire doorbraken. Als ze er al komen, is het nog tientallen jaren wachten. Bovendien is kernenergie de enige technologie die duurder wordt, andere energiebronnen worden enkel goedkoper. Als zwaktebod dan opnieuw wat schuiven in de nucleaire uitstapkalender fnuikt haalbare investeringen in ons energielandschap. Welke visie op een ecologische transitie biedt het ecorealisme dan eigenlijk?

Bron: https://www.knack.be/nieuws/belgie/welke-visie-op-een-ecologische-transitie-biedt-het-ecorealisme-eigenlijk/article-opinion-1433529.html

Deze staking is het rapport van de regering-Michel: het beleid is mislukt, de regering gebuisd

Deze staking is het rapport van de regering-Michel: het beleid is mislukt, de regering gebuisd

Vandaag ligt het land plat door een nationale staking.
Zowel werknemers uit de privésector als uit de publieke sector leggen het werk neer.
Ze doen dat uit onvrede met het beleid en omwille van het mislukte sociaal overleg.

Vergis u niet, geen enkele werknemer gaat staken voor meer loon als er geen winst is. Maar vandaag draait de Europese economie weer op volle toeren, aandeelhouders rijven stevige winsten binnen en toplui laten de bonussen opnieuw graag komen. Volgens cijfers van de Nationale Bank is de vennootschapswinst de voorbije jaren 2,5 keer meer gestegen dan de lonen. Tegelijk is de belasting op bedrijven (vennootschapsbelasting) fors gedaald. Het is dan enkel logisch dat de lonen van werknemers ook stijgen, maar niets daarvan.

Werkgevers en vakbonden moeten om de twee jaar onderhandelen over hoeveel de lonen de twee volgende jaren per sector mogen stijgen. Door de loonwet die verstrengd is, mag die stijging maximum 0,8 procent bedragen. Dat is onaanvaardbaar: 0,8 procent is peanuts.

Premier Michel besefte snel dat de staking zeer breed gedragen is en heeft geprobeerd om de meubelen te redden door de partners terug rond de tafel te brengen. Positief, zo lijkt het wel, want dat de grootte van de stijging van de lonen een onderhandeling is tussen werknemers en werkgevers is een gezond principe. Maar de regering beperkt de onderhandelingsmarge tot alles onder 0,8 procent waardoor van onderhandelen geen sprake meer is, laat staan dat het sociaal overleg dan kan eindigen met een fair akkoord. Dan hoeft het niet te verbazen dat er gestaakt wordt. Ook door mij.

Zelf werk ik voor een NGO, waar winst voor aandeelhouders niet het doel is, maar toch leg ook ik het werk neer. Omdat een beleid dat de winst centraal stelt in plaats van de mensen een gefaald beleid is. Als werknemers geen rechtvaardig deel krijgen van de meerwaarde die ze zelf creëren zit er iets fundamenteel scheef. Daarom moeten we samen een duidelijk statement maken, in het volle besef dat staken onze economie pijn doet – en dan vooral de winsten.

Premier Michel wist in zijn reactie te melden dat een staking altijd een mislukking is. Dat klopt. Deze staking is het rapport van de regering-Michel: het beleid is mislukt en de regering is gebuisd. Ondanks alle gestegen facturen eindigt de regering met een begrotingstekort van 7,7 miljard euro. De energieprijzen zijn gestegen met meer dan 20 procent, van een klimaatbeleid is geen sprake en economisch bengelen we ondertussen ergens achteraan het Europese peloton.

Blijkbaar dringt het bij sommigen nog steeds niet door dat het trickle-down-systeem niet werkt. Dat ‘doorsijpeleffect’ berust op het idee dat de economische welvaart van de 1 procent uiteindelijk wel doorsijpelt naar de 99%. Dat is nonsens. Het is ondertussen al te duidelijk dat werknemers naast een meerwaarde ook de drijvende motor zijn van onze economie. Als die 99 procent haar koopkracht ziet dalen, dan gaat onze economie niet vooruit. Die simpele waarheid zou onze overheid ertoe moeten aanzetten om werknemers vooruit te helpen, maar niets daarvan. sp.a Diende in de Kamer een wetsvoorstel in om de lonen wél rechtvaardig te laten stijgen, maar dat werd koudweg aan de kant geschoven.

De aanpassing in 2017 van de loonwet van 1996, waarbij de marge voor loonstijgingen voor de komende twee jaar werd beperkt tot 0,8 procent is oneerlijk voor alle werknemers én nefast voor onze economie. Redenen genoeg dus om de strikte loonnorm te herzien. In plaats van de staking een mislukking te noemen, zou premier Michel zich beter focussen op zijn herexamen en werknemers het respect geven dat ze verdienen door de lonen evenredig te laten stijgen met de winsten.

De uitdagingen én de toekomst voor onze landbouw zitten elders dan als oplossing alles overgeven aan de grootindustrie en de banken.

De uitdagingen én de toekomst voor onze landbouw zitten elders dan als oplossing alles overgeven aan de grootindustrie en de banken.

De landbouw heeft grote gevolgen op onze volksgezondheid, de natuur, het landschap en het inkomen van velen. Als socialisten komen we op voor het algemeen belang en willen we niet dat mensen in miserie terecht komen of dat nu een boer, een arbeider of iemand is die plots en lang ziek valt.

Het voorbije jaar heb ik samen met sp.a-voorzitter John Crombez, in alle stilte tientallen land- en tuinbouwbedrijven bezocht. We hebben daarbij vooral geluisterd en gekeken met als doel te leren en de ervaringen te gebruiken voor ons programma dat heel binnenkort voorgesteld wordt. We stonden versteld van de vele visies en innovaties die land- en tuinbouwers uitbouwen, vaak haaks en weerbarstig tegen de grootindustrie en de eenheidsworst. Bijna keer op keer hoorden we ook de roep naar verandering, de wurgende druk vanuit de banken om altijd maar groter te worden en dus dieper in de schulden te kruipen, het probleem van voldoende grond en het falende mestbeleid.

 

Het Vlaams mestbeleid faalt

Vlaams parlementslid Bruno Tobback volgt het Vlaams mestbeleid al vele jaren van heel dichtbij. Toen hij vorig najaar in de commissie leefmilieu over de slechte cijfers van het MAP tussenkwam kon minister Schauvliege alleen maar bevestigen. Met andere woorden: we komen er niet, bijlange niet en er dreigen zelfs sancties vanuit Europa. Dat is de politiek, maar we horen hetzelfde van veel boeren: het mestbeleid is veel te complex en er zijn veel te weinig resultaten. Er zijn de bijna oncontroleerbare afstandsregels, verwerkingsregels, percentages en noem maar op, waar bij mijn weten het ABS en zelfs de Boerenbond over klaagt. Is het niet stilaan tijd om te erkennen dat al de complexiteit van de wereld ons niet gaat helpen omdat er gewoon veel te veel intensieve veehouderij op veel te weinig grond wordt gevoerd?

 

Is het niet stilaan tijd om te erkennen
dat al de complexiteit van de wereld ons niet gaat helpen
omdat er gewoon veel te veel intensieve veehouderij
op veel te weinig grond wordt gevoerd?

 

Van crisis naar crisis en geen loon naar werken voor de boer

 

We zwalpen van voedselcrisis naar voedselcrisis. Pakken Vlaamse land- en tuinbouwers worden kapot geknepen door de wurgende prijzenoorlog. We voeren appels in uit Nieuw-Zeeland, Chili of de VSA  terwijl ze er in Sint-Truiden veel lekkerder kweken en de ecologische voetafdruk van deze laatste pakken kleiner is.  De jongste jaren voerden we 150.000 ton appels in terwijl de inlandse fruitteelt kreunt onder de zeer lage prijzen en grote delen van de oogst niet meer verkocht geraken. Er worden bijna evenveel “Pink Lady’s” uit Nieuw-Zeeland verkocht dan bijvoorbeeld de eigen Jonagold.  Straks liggen de asperges opnieuw in de winkelrekken en zien we dat die uit Peru 5 euro goedkoper zijn dan die uit Vlaanderen.

Daar tegenover blijft het beleid én de banken het dogma van altijd groter en groter, alles grootschaliger maar behouden en zelfs versterken. Op 30 april 2018 gaf minister van landbouw en leefmilieu Joke Schauvliege aan een bedrijf van de Vande Avenne groep nog een vergunning voor 160.000 kippen. Zoiets heeft niks meer met landbouw te maken, maar alles met een systeem om voeder te verkopen. De boer die een kleinschalig kippenbedrijf wil uitbouwen voor de korte keten, maar geen lening krijgt van de bank omdat ze vinden dat het veel groter moet en geen vergunning van de overheid, kijkt ernaar en vloekt.

 

 

Volgens de Boerenbond gaan de prijzen van de varkens binnenkort wel weer veel beter en vooral constanter zijn omdat onder meer de Russische (na de boycot?) en Chinese markten steeds meer vraag naar import zullen hebben. Kan, maar men ziet dan wel niet hoe de megastallen daar uit de grond schieten en men daar niet de beperkingen van produceren op een zeer beperkte oppervlakte als in Vlaanderen heeft. Als we uit gaan van een globale markt, houden we dan niet beter rekening met de ontwikkelingen van die globale markt en wat er in die markt beweegt? Daarnaast: hoe groot het aanbod en hoe laag de prijs ook, een gezin zal geen 2 broden eten in plaats van 1 per dag, niet iedere dag 12 koteletten in plaats 6 omdat het aanbod groter, de prijs lager is.

 

Wat is dan wel de oplossing?

Er is maar één oplossing en uit onderzoek blijkt trouwens dat de landbouwers daar zelf ook om vragen en dat is een begeleide afbouw van de industriële veestapel en een ommezwaai met volle steun voor duurzame, familiale landbouw en dat met voldoende aandacht en opwaardering van de korte keten.

Uit een enquête die vorig jaar werd afgenomen bleek dat ongeveer één derde van de veehouders, als ze zonder schulden konden stoppen, dat vandaag zouden doen, of liever nog gisteren. Waarom speelt het beleid daar niet op in? Dat gaat geld kosten, maar wat we nu doen, kost ook al jaren geld, en levert inzake grondwater- en oppervlaktewaterkwaliteit niets op. Wat we nu doen, is geld weggooien.

Om een paar cijfers te geven:
De kosten voor de uitvoering van MAP 5 worden als volgt geraamd:

  • bedrag per jaar voor het werkingsbudget van Vlaams Landmaatschappij (VLM)/Mestbank 19,2 miljoen euro;
  • voor het werkingsbudget van het Coördinatiecentrum Voorlichting en Begeleiding duurzame Bemesting (CVBB) 2,2 miljoen euro;
  • voor eigen kosten landbouwers 109 miljoen euro,
    • waarvan mestverwerking 87 miljoen euro,
    • aangepaste voedertechnieken 16 miljoen euro,
    • monsternemingen 5,4 miljoen euro en
    • aangepaste bemesting 0,6 miljoen euro.

Dat is in totaal 130,4 miljoen euro. Als we 130 miljoen euro per jaar besteden aan het boeken van nul vooruitgang, dan gooien we 130 miljoen euro per jaar weg. Of dat geld is van de landbouw of van de overheid – en dus van de belastingbetaler –, het blijft weggegooid geld. Het eindresultaat zal zijn dat, als we de Europese doelstellingen niet halen, we nog meer geld gaan moeten weggooien, waarschijnlijk opnieuw van de belastingbetaler, want dat gaat dan in boetes. Om dan nog maar te zwijgen over de milieukost en het effect op de volksgezondheid van de industriële veeteelt. De West-Vlaamse Milieufederatie schreef over dat laatste een sterk en alarmerend rapport en de regering reageerde niet of lachwekkend. Toen Federaal parlementslid Annick Lambrecht (sp.a) in de onderzoekscommissie rond de Fipronilcrisis het aanhaalde werd er kwaad gereageerd vanop sommige meerderheidsbanken in De Kamer.

 

De oplossing:
een begeleide afbouw van de industriële veestapel en
een ommezwaai met volle steun voor duurzame, familiale landbouw en
dat met voldoende aandacht en opwaardering van de korte keten.

 

Men moet blijkbaar zwijgen over de echte problemen. Problemen verdwijnen niet door ze te verzwijgen of te minimaliseren, behalve blijkbaar voor de regering en anderen die enkel heil zien in de toekomst van de landbouw door groter en groter, meer en meer investeren.

sp.a vindt het beter om te zeggen waar het op staat, hoe ongemakkelijk dat voor sommigen duidelijk ook is.  Het huidig mestbeleid gaat ons nooit brengen waar we moeten zijn, kost te veel met te weinig resultaten. Het moet dus opnieuw zeer grondig worden bestudeerd. Er zijn andere maatregelen nodig. Structureel en keuzes die de weg durven volgen van een landbouw die kiest voor een degelijk inkomen voor de boer, leefbaarheid voor natuur en landschap en kwaliteitsvolle, gezonde producten.

We moeten weg van de waan dat landbouw alleen maar toekomst geeft als alles maar groeit, groter wordt en dus verzuipt in een globaliteit die de boer nekt en de consument bedriegt. De landbouw moet terug in handen komen van de boeren en weg van de banken en de grote concerns. Tijdens de werkbezoeken met John Crombez zagen we veel “ kleinschalige” land- en tuinbouw die creatief en innovatief is, maar weggeduwd wordt. Zij verdienen veel meer steun omdat ze een grote schakel zijn in natuur, kwaliteit van voeding en gezondheid. Die mensen verdienen sowieso meer zorg en meer zekerheid vanuit de overheid.

Meer overheid in plaats van minder

De overheid moet terug de dirigent voor eerlijk prijzen en voedselveiligheid worden. Overheid, durf structureel ingrijpen, pas de subsidies aan en geef meer ruimte aan kleinschaliger landbouw, aan de korte keten. Durf ook echt overheid te zijn en grijp in op de prijsvorming. Het is niet normaal dat boeren voor hun producten op de vrije markt vaak minder krijgen dan de productiekosten en warenhuizen de boeren drijven naar echte dumping prijzen. Iedereen geeft recht op een loon naar werken, ook onze boeren. Enkel een eerlijke vergoeding, een stop op de moordende prijzenslag voor voedsel zal de voedselschandalen kunnen stoppen. Willen we die Far West toestanden stoppen dan hebben we hier nood aan meer overheid in plaats van minder.

De oplossing voor de problemen in de Vlaamse landbouw zit dus niet in steeds groter en groter, want dan blijven uiteindelijk maar een paar industriële landbouwconcerns over. Dat de milieudruk hierdoor zal verminderen en dit goed is voor natuur en landschap is een fabel. Dat dit een ramp wordt voor de tewerkstelling in de landbouwsector en de zelfstandigheid van de landbouwer zal wegvegen, een feit.
De keuzes zullen vooral vanuit de sector zelf gemaakt moeten worden. Durven ze niet kiezen of gaan ze mee in het dogma van steeds groter, dan kruipen ze in de muil van de mondialisering.

 

Willen we die Far West toestanden stoppen
dan hebben we hier nood aan meer overheid
in plaats van minder.

Waarom de salariswagen wel moet verdwijnen.

Waarom de salariswagen wel moet verdwijnen.

In de opinie ‘Waarom de salariswagen nooit mag verdwijnen’ verdedigt Kristof De Roeck het voortbestaan van de salariswagen. Zonder autogebruikers te willen stigmatiseren, maak ik in deze reactie toch enkele bedenkingen. De salariswagens zijn een oplossing voor een fiscaal probleem: de hoge lasten op arbeid. Maar het is een oplossing zonder voldoende aandacht voor de individuele werknemer, zonder focus op wat werkelijk duurzaam is, zonder een doordachte inzet van de publieke middelen. Laat ons werknemers voortaan betalen in euro’s in plaats van auto’s.

 

“Laat ons werknemers voortaan
betalen in euro’s in plaats van auto’s.”

 

Vrijheid voor de werknemer is een stap in de goede richting

De auteur verdedigt de salariswagen in de eerste plaats door te stellen dat er voor veel scenario’s eenvoudigweg geen goed alternatief bestaat, zowel voor professionele als privéverplaatsingen. Met een salariswagen wordt de werknemer ‘geholpen’ in zijn mobiliteit. Het is niet correct om er van uit te gaan dat iedereen zich in dezelfde situatie zonder alternatieven bevindt of wagenbezit als even waardevol ervaart.

 

In mijn jonge, professionele loopbaan heb ik de eerst vier jaar gewerkt en gewoond in Brussel. Mijn werkgever heeft me toen ook ‘geholpen’ met een salariswagen. De realiteit was echter dat ik liever een tramticket kocht om de verplaatsing van vijf kilometer te maken. Mijn garagebox van 150 euro per maand werd opgezegd, mijn salariswagen kwam op de bedrijfsparking te staan en af en toe werd hij in het weekend eens van stal gehaald.

 

De voorbije drie jaar werk ik in centrum Gent en woon ik 44 kilometer verder in een kleinere gemeente. In normale omstandigheden is het 45 minuten met de wagen of 65 minuten met het openbaar vervoer. Vandaag bezit ik zelf geen auto en mijn werkgever ‘helpt’ me ook niet met een salariswagen. In mijn huidige situatie zou ik het aanbod zelfs weigeren. Ik heb er echt geen probleem mee om 20 minuten langer te reizen als ik onderweg mijn krant kan lezen, wat werk kan afronden en ook nog wat beweging heb. Veronderstellen dat iedereen mijn zo goed als autoloos leven kan overnemen, is kort door de bocht. Maar het omgekeerde, veronderstellen dat iedereen ‘geholpen’ is met een salariswagen, is dat evengoed.

 

Mijn punt is: de salariswagen verdedigen omdat ‘iedereen’ er nood aan heeft, is niet ernstig. De werknemer zal zelf wel beslissen wat voor hem het beste is, geef hem gewoon de vrijheid: euro’s in plaats van auto’s. Met het mobiliteitsbudget of de mobiliteitsvergoeding worden hier stappen in de goede richting gezet.

 

“Veronderstellen dat iedereen mijn zo goed als autoloos leven kan overnemen, is kort door de bocht.
Maar het omgekeerde, veronderstellen dat iedereen ‘geholpen’ is met een salariswagen, is dat evengoed.”

 

De helft uitstoot maar dubbel zoveel kilometers is niet duurzaam

 

Het blijft de vraag of deze vrijheid volstaat om onze mobiliteit duurzamer te maken. Kristof De Roeck pleit ook voor de salariswagen als katalysator voor een zuiniger wagenpark. Als we duurzamere wagens in aanmerking laten komen voor een fiscaal voordeel als salariswagen, komen deze later ook op de tweedehandsmarkt en zal de transitie sneller gaan. Deze redenering gaat voorbij aan het feit dat er voor de overheid echt nog wel andere, goedkopere manieren bestaan om deze nobele doelstelling te realiseren. Globaal gezien kan er met wetgeving en normering al veel bereikt worden.

 

Het tweede probleem met deze redenering is van individuele aard. Wat baat het als u met een hybride salariswagen rijdt die de helft uitstoot maar met een gratis tankkaart tegelijkertijd aangemoedigd wordt om dubbel zoveel kilometers af te leggen? Dit is wat salariswagens echt schadelijk maakt: het verband tussen het individuele gedrag en de werkelijke kost wordt volledig tenietgedaan. Waarom zou u ook nog maar één seconde een vervoersalternatief overwegen? Van uw werkgever en de overheid krijgt u een auto en per jaar duizenden gratis kilometers. De vrijheid is er misschien wel, maar de keuzes zijn niet eerlijk en niet duurzaam.

 

“De vrijheid is er misschien wel,
maar de keuzes zijn niet eerlijk en niet duurzaam.”

 

Een dure paradox in het beleid

De overheid moet hier ingrijpen en het systeem van salariswagens moet op de schop. Niet enkel om iedereen bewust te maken over zijn individuele mobiliteit maar evengoed om zelf een duidelijke richting te kiezen in het beleid. Enerzijds niet durven raken aan salariswagens en anderzijds initiatieven nemen (lees: middelen besteden) voor propere lucht is een heel dure paradox. Het betekent dat zowel mogelijke oorzaken als mogelijke oplossingen met publieke middelen gefinancierd worden. We betalen dus twee keer.

 

Ik wil autogebruikers allerminst stigmatiseren en heb begrip voor ieders situatie. Ik heb kritiek op een systeemfout. Een fout systeem van salariswagens dat ons niet meer doet nadenken over onze verplaatsingen. Een systeem dat denkt zelf te weten wat het beste is voor de individuele werknemer. Een systeem dat denkt bij te dragen aan een duurzamer wagenpark terwijl de meest duurzame wagen nog altijd geen wagen is. En een systeem dat met publieke middelen veroorzaakt wat we vervolgens weer willen oplossen met diezelfde publieke middelen.

 

Dries Couckuyt
Kandidaat Vlaams Parlement – 4de plaats

Investeren in de gezondheid van elke burger!

Investeren in de gezondheid van elke burger!

Een gezonde publieke ruimte doet denken aan een belerend vingertje dat zegt wat je wel en niet mag doen. Maar niets is minder waar, want met kleine ingrepen kan je als overheid elke burger maximale kansen geven op een gezond leven.

Wat is een gezonde publieke ruimte?


De specifieke inrichting van een publieke ruimte kan enerzijds onze gezondheid beschermen. Met bijvoorbeeld de inrichting van een schoolstraat beschermen we ons tegen ongezonde lucht. Anderzijds kunnen we ook een stap verder gaan met de inrichting en gezondheid bevorderen. Zo zorgen veilige fietspaden er voor dat mensen zich makkelijker met de fiets zullen verplaatsen.

Kortom door in te zetten op een gezonde publieke ruimte, kunnen we inzetten op verschillende aspecten van de gezondheid: meer beweging, gezondere lucht, beter mentaal welbevinden, gezondere voedingspatronen, minder geluidshinder,…

Werk maken van een gezonde publiek ruimte kan je op verschillende manieren: met een beperkte inspanning en beperkt budget, met kleine ingrepen in een bestaande publieke ruimte, op wijkniveau of door gewoon een aanpassing van de materialenkeuze. Alles is mogelijk, maar elke investering in gezondheid is de moeite waard.

Net dat ietsje meer…


Er bestaan al heel wat projecten en initiatieven die inzetten op de verschillende aspecten van hierboven: speelstraten, tegeltuintjes, fietsostrades, looppistes,…
Graag zetten we nog twee voorbeelden in de kijker.

Mobipunt:


Een mobipunt is een fysieke plaats waar verschillende (voornamelijk mobiliteits-) functies elkaar ontmoeten. Elk mobipunt bevat een divers mobiliteitsaanbod waarvan autodelen, nabijheid openbaar vervoer (of collectief vervoer) en fietsparkeren essentieel zijn. Daarnaast is toegankelijkheid een noodzakelijk kenmerk van elk mobipunt. Een mobipunt is ingericht om op kleinschalig niveau ‘multimodaliteit’ mogelijk te maken en te promoten.

De nabijheid van dit divers aanbod vervoersmiddelen zorgt er voor dat we onze auto makkelijker laten staan. Wist je dat wie het openbaar vervoer gebruikt tot 33 minuten meer stapt dan wie de auto gebruikt?
Op dit moment zijn er verschillende mobipunten in opstart in onze provincie onder andere in Roeselare, Harelbeke,…

“Zet u ffkes”


Het klinkt misschien wat vreemd, maar voldoende zitbanken in de publieke ruimte kunnen onze gezondheid bevorderen en wel op de volgende manieren.
Ten eerste zorgen voldoende zitbanken er voor dat minder mobiele mensen toch op pad gaan. Doordat ze de geruststelling hebben dat er voldoende rustpunten zijn, hoeven ze niets te vrezen.
Ten tweede zorgen de zitbanken ook voor een speelimpuls voor de kinderen. Voor hen is een zitbank namelijk het ideale klimtoestel.
Tot slot stimuleert een zitbank om even een praatje te maken met elkaar, ideaal voor ons mentaal welbevinden. Zo kon je in Roeselare meedoen een groepsaankoop “Gevelbankjes”. Deze bankjes konden heel gemakkelijk geïnstalleerd worden aan op die manier de sociale cohesie in de buurt versterken.

Kortom een investering in gezonde publieke ruimte
– hoe groot of klein ze ook mag zijn –
is investeren in gelijke kansen voor elke burger!

 

 

 

Samen voor West – Vlaanderen: een voorstelling van onze verkozenen.

Samen voor West – Vlaanderen: een voorstelling van onze verkozenen.

Met trots stellen we graag onze 5 verkozenen voor.
Vanaf maandag 3 december zullen zij sp.a vertegenwoordigen in de provincieraad.

Jurgen Vanlerberghe

Jurgen is 49 jaar en woont in Poperinge. Sinds 2000 is hij gebeten door politiek en vanuit die ervaring wil hij nu het beste van zichzelf geven als gedeputeerde. Jurgen neemt de volgende bevoegdheden voor zich: provinciale domeinen, milieu, natuur, landschappen, klimaat en Smart Region.

 

Bieke Moerman

Bieke is 28 jaar en afkomstig van Diksmuide. Haar liefde voor de natuur zorgt ervoor dat ook haar politieke blik gericht is op thema’s als duurzaamheid, kleinschalige landbouw, korte keten, speelnatuur …

 

 

Simon Bekaert

Simon (41) woont in Tielt en is reeds provincieraadslid. Dit engagement zet hij trots verder. In het bijzonder wil hij zich verder inzetten om werk te maken van een verkeersveilige provincie, waar we betaalbaar kunnen wonen en ons blijvend inzetten voor ons leefmilieu.

 

Tom Willems

Tom is onze jongste verkozene (27) afkomstig van onze provinciehoofdstad Brugge. Met zijn creatieve geest wil hij zich inzetten voor vernieuwende economie en duurzaamheid. Ook de MUG – heli ligt Tom nauw aan het hart.

 

 

 

Justine Hollevoet

Tot slot hebben we Justine uit Izegem. Zij is 31 jaar en haar hart ligt bij kinderen en hun ouders. In het bijzonder wil ze zich inzetten voor de provinciedomeinen en hoe deze voor elke West – Vlaming, natuur en dier een meerwaarde kunnen zijn

Dringend tijd voor een lokaal biodiversiteitsbeleid

Dringend tijd voor een lokaal biodiversiteitsbeleid

Nieuw natuurrapport moet ook de gemeenten alarmeren

Uit het tweejaarlijkse Living Planet Report van het Wereldnatuurfonds (WWF), dat vandaag uitkomt blijkt dat wereldwijd tussen 1970 en 2014 de populaties van gewervelde dieren met zestig procent in grootte afgenomen zijn. Enorme ontbossingen in onder meer Brazilië, het Congobekken, Indonesië en Oost-Australië zijn de belangrijkste oorzaken van deze dramatische achteruitgang. Ja, en wat hebben we daar in Vlaanderen mee te maken, hoor ik sommigen al denken. Wel, heel veel. Tienduizenden hectare Amazonewoud worden gekapt en omgezet in sojavelden om hier onze industriële veehouderij te voeden. Daarnaast is er een principekwestie: wie zijn wij om de woudkappers in de Amazone met de vinger te wijzen terwijl we in Vlaanderen zelf nog geen deftig bosbeleid op poten kunnen zetten en veel steden en gemeenten nauwelijks de moed hebben om echte keuzes te maken rond natuur?

 

Onze varkens vreten de tropen op.

Het staat in het zeer recente rapport van het WWF en stond al in tientallen andere wetenschappelijke rapporten: op wereldvlak zijn de tropen en meer bepaald die van Midden- en Zuid-Amerika het grootste ­zorgenkind. In dat deel van de ­wereld gaan de gewervelde ­dierenpopulaties met maar liefst 89 procent achteruit. 89% procent in 40 jaar. Laat die achteruitgang de komende 20 jaar met hetzelfde tempo doorgaan en pakken diersoorten gaan uitgestorven zijn.

Deze enorme achteruitgang heeft twee oorzaken: massale ontbossing en overexploitatie van landbouwgronden. In veel gevallen moet het woud wijken voor een monocultuur van soja. Die soja wordt niet gekweekt om te verwerken in sojamelk of –pudding, maar in Europa massaal ingevoerd als veevoeder. De miljoenen varkens die per jaar in Vlaanderen gekweekt worden hebben nu eenmaal miljoenen tonnen voer nodig. In eigen land wordt al circa 56 procent van de landbouwgrond gebruikt om er veevoer op te telen. Rij door West-Vlaamse wuivende graanvelden en besef vanaf nu dat daar niet je dagelijks broodje groeit, maar wel alles bestemd is voor veevoer.

Die eigen productie is ruim onvoldoende en daarom voeren we die grote hoeveelheden soja in. Wat we hier kweken en verbruiken heeft ergens in de wereld oppervlakte nodig. Onze varkens vreten dus niet meer of niet minder mee het Amazonewoud op. Het zit velen wellicht niet lekker om dat te lezen, maar het is een vaststaand gegeven.

 


Eigen verantwoordelijkheid

Ook hier zorgt de industriële veehouderij voor een grote milieudruk en een enorme maatschappelijke kost. Alleen al de uitvoering van het Mestactieplan (MAP) kost de gemeenschap jaarlijks al 130 miljoen euro en noch halen we de Europese normen op het vlak van grond- en oppervlaktewaterkwaliteit niet.

Voor het WWF is het verlies van de biodiversiteit meer dan een bekommernis van natuur­liefhebbers. ‘Ze gaat alle mensen aan’, zegt Luyten. ‘Onze lucht, ons water, ons brood. Nagenoeg alles wat we produceren en consumeren, komt uit de natuur. Ons voortbestaan is in het gedrang.’ Het natuurfonds vindt dat de strijd tegen de klimaatverandering en die voor de redding van de biodiversiteit hand in hand gaan. Wat goed is voor het ene, is vaak goed voor het andere. Zo zijn ­bossen grote opslagplaatsen van CO2. Vandaar dat het WWF ervoor pleit om biodiversiteit even dwingend in het beleid op te nemen als klimaat. Volgend jaar kiezen we nieuwe regeringen.

Laat dit nieuwe WWF-rapport bij alle partijen eindelijk eens de alarmbel laten afgaan en biodiversiteit en klimaatbeleid als topprioriteit op de politieke agenda zetten. De tijd is bijna op om het altijd maar door te schuiven naar later en geen echte keuzes te durven maken. Het is gemakkelijk om met de vinger te wijzen naar pakweg Brazilië en zelf geen duurzaam en offensief beleid rond deze uitdagingen voor de nabije toekomst op poten te zetten. Het is simpel: een volgende regering die hier geen volledige verantwoordelijk opneemt brengt het welzijn van de volgende generatie in gevaar. Niks meer, niks minder.

Het is simpel: een volgende regering
die hier geen volledige verantwoordelijk opneemt
brengt het welzijn van de volgende generatie in gevaar.

 

Lokale besturen hebben ook hun verantwoordelijkheid

Gemeentebesturen kunnen op het vlak van milieu- en klimaatbeleid ook een pak belangrijke zaken realiseren. Ook hier is het de verdomde plicht van alle, al dan niet nieuwe besturen, om vanaf 1 januari a.s. hier rond duidelijke projecten op te zetten en standpunten in te nemen. Nestkastjes en bijenhotels zijn mooi en lief, maar gaan de zaak niet keren. Steden en gemeenten moeten groene grenzen durven trekken, gaan voor meer bos, bouwen in waterrijke zones stoppen en het ophogen en bebouwen van beekvalleien. Duurzaam waterbeleid moet hierbij in alles de rode draad zijn. Water snel afvoeren, geeft een verlies aan zoet en dus potentieel drinkbaar water en het verkleint de buffer tegen wateroverlast en overstromingen. Dat watertekorten in de zomerperiode ook de komende jaren een feit gaan zijn staat vast en is nog een argument om ook lokaal grote zorg te dragen voor de bufferende natuurgebieden en die zo veel mogelijk te herstellen en uit te breiden.

Het WWF-rapport is een oproep aan alle politici om in actie te komen. Er moeten duidelijke engagementen aangegaan worden en die moeten ook uitgevoerd worden. In een stad in de Westhoek zit een nieuwe partij in de meerderheid die als beleidsprioriteit “geen nieuwe natuur” in haar programma zette. Laten we hopen dat de meeste andere politici bewuster zijn van de uitdagingen voor de toekomst en wel bekommerd om het welzijn van de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen. We zijn 2018 en de realiteit in de wereld valt niet te ontkennen, tenzij je naam Trump is of je hem wil imiteren.

 

Peter Bossu