Waarom de salariswagen wel moet verdwijnen.

In de opinie ‘Waarom de salariswagen nooit mag verdwijnen’ verdedigt Kristof De Roeck het voortbestaan van de salariswagen. Zonder autogebruikers te willen stigmatiseren, maak ik in deze reactie toch enkele bedenkingen. De salariswagens zijn een oplossing voor een fiscaal probleem: de hoge lasten op arbeid. Maar het is een oplossing zonder voldoende aandacht voor de individuele werknemer, zonder focus op wat werkelijk duurzaam is, zonder een doordachte inzet van de publieke middelen. Laat ons werknemers voortaan betalen in euro’s in plaats van auto’s.

 

“Laat ons werknemers voortaan
betalen in euro’s in plaats van auto’s.”

 

Vrijheid voor de werknemer is een stap in de goede richting

De auteur verdedigt de salariswagen in de eerste plaats door te stellen dat er voor veel scenario’s eenvoudigweg geen goed alternatief bestaat, zowel voor professionele als privéverplaatsingen. Met een salariswagen wordt de werknemer ‘geholpen’ in zijn mobiliteit. Het is niet correct om er van uit te gaan dat iedereen zich in dezelfde situatie zonder alternatieven bevindt of wagenbezit als even waardevol ervaart.

 

In mijn jonge, professionele loopbaan heb ik de eerst vier jaar gewerkt en gewoond in Brussel. Mijn werkgever heeft me toen ook ‘geholpen’ met een salariswagen. De realiteit was echter dat ik liever een tramticket kocht om de verplaatsing van vijf kilometer te maken. Mijn garagebox van 150 euro per maand werd opgezegd, mijn salariswagen kwam op de bedrijfsparking te staan en af en toe werd hij in het weekend eens van stal gehaald.

 

De voorbije drie jaar werk ik in centrum Gent en woon ik 44 kilometer verder in een kleinere gemeente. In normale omstandigheden is het 45 minuten met de wagen of 65 minuten met het openbaar vervoer. Vandaag bezit ik zelf geen auto en mijn werkgever ‘helpt’ me ook niet met een salariswagen. In mijn huidige situatie zou ik het aanbod zelfs weigeren. Ik heb er echt geen probleem mee om 20 minuten langer te reizen als ik onderweg mijn krant kan lezen, wat werk kan afronden en ook nog wat beweging heb. Veronderstellen dat iedereen mijn zo goed als autoloos leven kan overnemen, is kort door de bocht. Maar het omgekeerde, veronderstellen dat iedereen ‘geholpen’ is met een salariswagen, is dat evengoed.

 

Mijn punt is: de salariswagen verdedigen omdat ‘iedereen’ er nood aan heeft, is niet ernstig. De werknemer zal zelf wel beslissen wat voor hem het beste is, geef hem gewoon de vrijheid: euro’s in plaats van auto’s. Met het mobiliteitsbudget of de mobiliteitsvergoeding worden hier stappen in de goede richting gezet.

 

“Veronderstellen dat iedereen mijn zo goed als autoloos leven kan overnemen, is kort door de bocht.
Maar het omgekeerde, veronderstellen dat iedereen ‘geholpen’ is met een salariswagen, is dat evengoed.”

 

De helft uitstoot maar dubbel zoveel kilometers is niet duurzaam

 

Het blijft de vraag of deze vrijheid volstaat om onze mobiliteit duurzamer te maken. Kristof De Roeck pleit ook voor de salariswagen als katalysator voor een zuiniger wagenpark. Als we duurzamere wagens in aanmerking laten komen voor een fiscaal voordeel als salariswagen, komen deze later ook op de tweedehandsmarkt en zal de transitie sneller gaan. Deze redenering gaat voorbij aan het feit dat er voor de overheid echt nog wel andere, goedkopere manieren bestaan om deze nobele doelstelling te realiseren. Globaal gezien kan er met wetgeving en normering al veel bereikt worden.

 

Het tweede probleem met deze redenering is van individuele aard. Wat baat het als u met een hybride salariswagen rijdt die de helft uitstoot maar met een gratis tankkaart tegelijkertijd aangemoedigd wordt om dubbel zoveel kilometers af te leggen? Dit is wat salariswagens echt schadelijk maakt: het verband tussen het individuele gedrag en de werkelijke kost wordt volledig tenietgedaan. Waarom zou u ook nog maar één seconde een vervoersalternatief overwegen? Van uw werkgever en de overheid krijgt u een auto en per jaar duizenden gratis kilometers. De vrijheid is er misschien wel, maar de keuzes zijn niet eerlijk en niet duurzaam.

 

“De vrijheid is er misschien wel,
maar de keuzes zijn niet eerlijk en niet duurzaam.”

 

Een dure paradox in het beleid

De overheid moet hier ingrijpen en het systeem van salariswagens moet op de schop. Niet enkel om iedereen bewust te maken over zijn individuele mobiliteit maar evengoed om zelf een duidelijke richting te kiezen in het beleid. Enerzijds niet durven raken aan salariswagens en anderzijds initiatieven nemen (lees: middelen besteden) voor propere lucht is een heel dure paradox. Het betekent dat zowel mogelijke oorzaken als mogelijke oplossingen met publieke middelen gefinancierd worden. We betalen dus twee keer.

 

Ik wil autogebruikers allerminst stigmatiseren en heb begrip voor ieders situatie. Ik heb kritiek op een systeemfout. Een fout systeem van salariswagens dat ons niet meer doet nadenken over onze verplaatsingen. Een systeem dat denkt zelf te weten wat het beste is voor de individuele werknemer. Een systeem dat denkt bij te dragen aan een duurzamer wagenpark terwijl de meest duurzame wagen nog altijd geen wagen is. En een systeem dat met publieke middelen veroorzaakt wat we vervolgens weer willen oplossen met diezelfde publieke middelen.

 

Dries Couckuyt
Kandidaat Vlaams Parlement – 4de plaats