Een woning kopen kan een stuk goedkoper als we willen

Dat is toch niet meer normaal.” Meer dan eens zuchten vrienden, even jong als ik, als ze voor het zoveelste weekend op rij de jacht inzetten op een betaalbare, eigen woonst. Ze staan op het punt het ouderlijk nest te verlaten na hun studie, hebben hun eerste job te pakken, en de liefde staat te wachten om samen aan dat leven te beginnen. Maar elk weekend weer verliezen ze moed. Appartement of simpel rijhuis. Om te huren, dan wel te kopen. 

 

 

De prijzen op de private woningmarkt swingen de pan uit vandaag. Daarvoor hoef je zelfs niet in grootsteden als Brussel of Gent te zijn. Ik geef grif toe: mij was het zonder hulp van mijn ouders nooit gelukt om zelf een woning te kopen. Wanneer één van mijn beste vrienden  – die hetzelfde verdient als ik, voor een job waar hij minstens even hard werkt als ik – dat niet kan, omdat zijn ouders hem financieel niet kunnen helpen, dat zet tot denken. Meer nog, dan klopt er gewoon iets niet. Dan is er iets fundamenteel niet oké.

De vaststelling dat wonen een erg kostelijke grap is, maakten mijn ouders vroeger ook. In hun tijd was dat niet anders, maar telkens benadrukken ze dat zij dat wél nog konden: samen gaan werken en zelf dat eigen dak boven je hoofd financieren. Nu is dat ondenkbaar. De gemiddelde woningprijs in Vlaanderen is intussen gestegen tot 270.000 euro. Vijf jaar geleden was dat nog 250.000 euro. Voor de registratie en het papierwerk bij de notaris betaal je 10% van de aankoopprijs. Dat wil zeggen dat je zo’n 27.000 euro extra, zonder lening, meteen moet kunnen leggen om een huis te kopen. Wie heeft dat geld zomaar opzij liggen? En vooral, waarom betalen we dat eigenlijk?

 

Verouderd systeem

Een blik in de geschiedenis leert me dat daar meer dan 200 jaar geleden – ten tijde van Napoleon – een gegronde reden voor was. Wie een terrein of een eigendom kocht, wilde daarvoor erkend worden, zodat iedereen het wist. En wie dat werk deed, moe(s)t daar betaald voor worden. Zo wist Napoleon ook toen al wie geld had en wie niet. En dus wie hij op welke manier kon belasten om de staatskas te spijzen. Vandaag is dat niet anders. Alleen leven we nu in tijden van ongeremde technologische mogelijkheden, waarover Napoleon 200 jaar geleden niet beschikte, en waarin iedereen met iedereen verbonden is. Het is dan ook een anachronisme van jewelste om vast te stellen dat aan dat systeem nog altijd niks veranderd is.

 

Waarom een systeem – dat jongeren en jonge gezinnen
de kans ontneemt om de thuis van hun dromen te kopen – aanhouden?

 

In de loop van de geschiedenis zijn we in dit land heel veel dingen niet normaal gaan vinden. En gelukkig maar. Zoals kinderarbeid. Dat afschaffen, zeiden tegenstanders meer dan een eeuw geleden, zou de economie kapot maken. Stel je voor. Een pensioen voor iedereen die zijn hele leven lang werkt, is zo’n ander voorbeeld. Toen Achiel Van Acker – socialist en architect van onze sociale zekerheid – het pensioensysteem invoerde in 1944, verklaarden tegenstanders hem ook gek. Daar was geen geld voor en ook dat zou de economie kapot maken. 75 jaar later weten we beter. Iedereen ging erop vooruit.

De vraag die zich stelt voor onze woningmarkt is eigenlijk krek dezelfde. Waarom een systeem – dat jongeren en jonge gezinnen de kans ontneemt om de thuis van hun dromen te kopen – aanhouden? Gewoon, omdat het al 200 jaar zo is? Net als mijn vrienden vind ik dat niet normaal. Hoog tijd om dat aan te pakken.

Goed nieuws!

Het goede nieuws is dat we aan die zotte en overbodige kosten iets kunnen doen. En dat zelfs snel, zonder al te veel gedoe. Door aankoopkosten als registratierechten en hypotheekrechten gewoon af te schaffen en notariskosten fors te verminderen, kun je een eigen thuis 10% goedkoper maken. Als we eten en drank kunnen bestellen via een app op onze telefoon, moet het toch niet zo moeilijk zijn om dat rechtstreeks te regelen met de woon-administratie van de Vlaamse overheid? Zo zorg je tenminste voor woonzekerheid voor jongeren. Dat lijkt me veel efficiënter dan ze achteraf te paaien met een korting op de belastingen, terwijl ze zich blauw betalen aan hun lening. Waar wachten we nog op?