Sociaal woonaanbod mag verdubbelen (en er is budget voor)

Via de Stemchecker peilt De Standaard bij de lokale afdelingen van politieke partijen of er nog sociale woningen mogen bijkomen. Dat de vraag nog gesteld wordt, is op zich al een spijtige zaak. Hoeveel cijfers en studies zijn er nodig vooraleer elke politicus overtuigd zal zijn van de absolute noodzaak om snel en massaal sociale woningen bij te bouwen? sp.a aarzelt niet: wij willen een verdubbeling van het sociaal woonaanbod!

 

Dat betaalbaar en kwaliteitsvol wonen een grondrecht is, daar zijn we het hopelijk over eens? En iedereen weet toch dat er heel wat problemen zijn op de private huurmarkt, zowel wat kwaliteit als wat betaalbaarheid betreft? Wat houdt er ons dan tegen om in actie te schieten?

 

Gezocht: 250.000 woningen

Van alle woningen in Vlaanderen zijn er ongeveer 6% – oftewel 150.000 – sociale huurwoningen. Dit is veel te weinig, want 400.000 gezinnen hebben op basis van hun inkomen recht op een sociale woning. Het resultaat? Ellenlange wachtlijsten. In West-Vlaanderen alleen al wachten 20.000 gezinnen gemiddeld bijna drie jaar op een sociale woning. Die gemiddeldes zeggen trouwens niet alles. In sommige steden durven de wachttijden op te lopen tot 10 jaar. Ook wachtlijsten geven trouwens een vertekend beeld want veel mensen die recht hadden op een sociale woning vind je vandaag niet meer terug op wachtlijsten. Zij hebben de moed al lang opgegeven.

 

Er zijn momenteel 150.000 sociale huurwoningen in Vlaanderen.
Terwijl 400.000 gezinnen op basis van hun inkomen
recht hebben op een sociale woning.

 

Mythe van aanzuigeffect doorprikt

In een vorig blogbericht legde ik al uit dat sociale huisvesting geen armoede aanzuigt, maar ze integendeel oplost. Gezinnen die hun intrek kunnen nemen in een betaalbare sociale huurwoning krijgen financiële ademruimte. Ze zijn bovendien gezonder. In de private huurwoningen die ze met hun beperkte budget konden betalen, worstelden ze vaak met vocht- en resulterende gezondheidsproblemen. De verdwijnen in een kwalitatieve huurwoning.

 

Sociale huisvesting zuigt geen armoede aan maar lost ze op.

 

Inbedding in stad en dorp

Op de vraag waar die woningen moeten komen, is het antwoord iets genuanceerder. De huidige Vlaamse regelgeving hanteert een nogal lineaire norm, vertaald in het zogeheten Bindend Sociaal Objectief. Hierbij wordt weinig onderscheid gemaakt tussen plattelandsgemeenten en steden. Iets wat in de toekomst toch meer zou moeten gebeuren. Als de Vlaamse bouwmeester pleit voor nieuwe ontwikkelingen rond knooppunten van openbaar vervoer, dan geldt dit zeker voor sociale huurwoningen, waar veel bewoners niet over een eigen wagen beschikken.

 

 

 

Budget? Een kwestie van herziening

Hoe we dat massale aantal nieuwe woningen moeten financieren? De bestaande regels zorgen voor een verstoord evenwicht tussen inkomsten en uitgaven. Daardoor moeten een aantal sociale huisvestingsmaatschappijen hun investeringsritme noodgedwongen terugschroeven of zelfs een deel van hun patrimonium afstoten. Tezelfdertijd moeten we erover waken dat de betaalbaarheid voor de huurder niet in het gedrang komt.

Met een beetje goede wil hoeft een betere financiering van de sociale woningmaatschappijen niet zo moeilijk te zijn. We besteden elk jaar anderhalf miljard euro aan de woonbonus. Weggesmeten geld, want de woonbonus jaagt woningprijzen de hoogte in.

 

Het budget voor de woonbonus (1,5 miljard EUR)
kan beter worden geïnvesteerd in sociale woningen.
De economie, de werkgelegenheid en een pak Vlamingen zou er wel bij varen.

 

 

Als we een deel van dat budget investeren in sociale woningen, zouden we de economie en de werkgelegenheid een fantastische zaak bewijzen! Terwijl we kwetsbare gezinnen, maar ook jonge starters, gepensioneerden en alleenstaande moeders met kinderen een echte thuis geven.

 

Leave a comment