Vlaamse jeugdzorg heeft nood aan investeringen

Vlaanderen kampt met een ernstig tekort aan gepaste begeleiding voor jongeren. Kinderen met psychische problemen moeten veel te lang wachten voordat ze geholpen worden, en vanaf hun achttiende worden jongeren zomaar losgelaten in de wereld, zonder dat ze er klaar voor zijn. Tijd voor een zorgrevolutie!

 

“Sorry, maar de gips is op. Kom over een maand of twee maar eens terug.” Stel je voor: je hebt je arm gebroken, maar op de spoeddienst krijg je dat te horen. Groot is dan de kans dat je de boel bij elkaar schreeuwt. En niet alleen wegens de aanhoudende pijn. Als je fysiek pijn lijdt, vinden we het normaal dat je zo snel mogelijk geholpen wordt. Waarom is dat dan niet zo voor andere zorg als de nood even groot én even dringend is?

 

Zo kijken de ouders van de 4-jarige Amber al een hele tijd machteloos toe hoe hun meisje niet past in gangbare patronen. Niet op school, noch thuis. Te vaak onvoorspelbaar, te vaak overgevoelig voor structuur en prikkels: zo is Amber. Na overleg met de school en het CLB (Centrum Leerlingenbegeleiding) werd beslist om zo snel mogelijk professionele hulp in te roepen. De zoektocht naar een kinderpsychiater en begeleiding op maat wordt ingezet. Vandaag, maanden later, is die zoektocht nog altijd aan de gang, want nergens is er plaats. De wachtlijst loopt zelfs op tot 2021.

Zo is er ook Bart, pas 18 jaar oud, maar hij staat er al jaren alleen voor. Thuis liep het grondig mis. In die mate zelfs dat de politie vond dat ‘thuis’ niet meer veilig was. Een plaats elders was er niet, maar met de nodige hulp van vrijwilligers vonden we met Bart uiteindelijk toch een studio en werd er ook aangepaste begeleiding opgestart. Maar op zijn achttiende verjaardag was het in een vingerknip afgelopen met die hulp. Want zo werkt de Vlaamse jeugdzorg: op de dag dat je 18 wordt, word je geacht je plan te trekken.

Bart redt zich intussen verder, maar anderen redden het niet. Zoals Jordy, die op een warme zomerdag van honger en ontbering stierf, helemaal alleen in een tentje aan de Blaarmeersen in Gent. Of Younes, voor wie dat wachten op de juiste zorg en de vereiste hulp te veel werd. Younes besliste om voor altijd te slapen en stapte uit het leven. Net zoals Jordy: alleen, hulpeloos en radeloos. Amber, Bart en Younes zijn fictieve namen, maar hun levensverhaal is echt.

Dit is Vlaanderen. Een Vlaanderen waarin vandaag bijna 8.000 kinderen in nood gemiddeld een half jaar moeten wachten voor de juiste hulp nog maar wordt opgestart. Een Vlaanderen waarin nodige psychiatrische hulp oploopt tot een wachttijd van drie jaar, voor hulp bij autisme tot vijf jaar en thuisbegeleiding tot één jaar. Hoeft het bij zulke cijfers nog te verbazen dat de belangrijkste doodsoorzaak bij Vlaamse jongeren tussen 15 en 19 jaar zelfdoding is?

 

Excuses

En toch laten we dat toe. Blijkbaar vinden we dat wachten – in tegenstelling tot onmiddellijke hulp op de spoedafdeling van een ziekenhuis – maar normaal. “Ja maar, je kunt niet iedereen helpen”, hoor je dan vaak. “Er is niet genoeg geld voor opvang en aangepaste begeleiding voor al die kinderen” is nog zo eentje.

Sorry, maar zulke excuses pikken wij niet langer. Als duizenden kinderen en jongeren in nood – en met hen hun ouders – in een welvarende regio als de onze maanden of vaak jaren moeten wachten op hulp, of centen om de zorg te betalen waarop ze recht op hebben, dan is er iets fundamenteels mis. Dan hebben we niet alle prioriteiten op een rijtje. Of dan doen we gewoon niet genoeg. Zo simpel is het.

Zorgrevolutie

Als de vaststelling vandaag is dat er een fenomenaal plaats- en personeelstekort is in de jeugdzorg, of als zorgverstrekkers niet weten waar eerst lopen en verdrinken in papierlast, dan is niets minder dan een Vlaamse zorgrevolutie nodig. Een zorgrevolutie die de zekerheid biedt dat elk kind, iedere jongere de beste zorg garandeert wanneer de zorg nodig is en een professioneel vangnet aanbiedt op het moment dat het grondig dreigt mis te lopen.

De kennis en knowhow om die zorgzekerheid concreet vorm te geven, is er al jaren. Op het terrein weten ze maar al te goed wat de noden zijn. Zoals elk bezoek aan de psycholoog of de psychiater volledig terugbetalen (en niet alleen de eerste sessies of bij bepaalde stoornissen) bijvoorbeeld. Vanop datzelfde terrein is er de roep om jongeren ook na hun achttiende levensjaar intensief te blijven volgen, minstens tot hun éénentwintigste.

En behalve de lijdensweg van een overbodige en vaak veeleisende administratieve last, heeft de Vlaamse jeugdzorg vooral nood aan investeringen om die wachtlijsten weg te werken. Zodat geen enkele jongere – bij gebrek aan plaats – nog in de cel moet slapen omdat het moeilijk gaat. En als dat geld kost, so what? Mag het?

De voorbije tien jaar hebben we een minister van Welzijn gehad die het liever niet had over individuele gevallen. Wij doen dat wel. Voor Younes en Jordy, ook al is het voor hen te laat. Maar ook voor Amber, Bart en duizenden andere kinderen, jongeren én hun ouders die niet meer kunnen wachten. Die dat wachten net als wij niet normaal vinden. Want voor hen is zorgzekerheid geen vaag theoretisch concept, maar een nood. Een nood die voor elke overheid, die beweert zorg te dragen voor haar kinderen, een absolute prioriteit zou moeten zijn.