Waarom een bouwstop voor sociale huurwoningen een slechte zaak is

Begin april riep Brussels schepen Els Ampe (Open Vld) op om geen sociale huurwoningen meer te bouwen. Haar argumenten? Sociale woningen zouden er al genoeg zijn en ze zouden bovendien alleen maar meer armoede aantrekken. Een standpunt dat wenkbrauwen doet fronsen, zeker als we er de cijfers naastleggen. Zo zijn er in West-Vlaanderen minstens 20.000 nieuwe sociale huurwoningen nodig om alleen al de hoogste nood te lenigen. En ook het zogenaamde aanzuigeffect van sociale huurwoningen is een hardnekkige mythe. Tijd om de proef op de som te nemen!


De mythe van het aanzuigeffect doorprikt

Volgens de Brusselse schepen zou het grote aantal sociale huurwoningen in de hoofdstad een onweerstane aantrekkingskracht uitoefenen op kansarmen uit de bredere regio. En daardoor zou de druk op de sociale diensten in Brussel te fel stijgen. Dat dit fake news is, blijkt uit de analyse van Bjorn Mallants, directeur van de Vlaamse Vereniging voor Huisvestingsmaatschappijen (VVH). In een recent persbericht doorprikt hij wat hij ‘de mythe van het aanzuigeffect’ noemt.

Mallants onderzocht de wachtlijsten voor sociale huurwoningen in de 5 grootste steden van Vlaanderen. Wat blijkt? Maar liefst 85% van de mensen op een wachtlijst woont in de stad waar ze een sociale woning aanvragen. Geen aanzuigeffect dus. Integendeel, bijkomende sociale woningen zijn vooral nodig voor de eigen inwoners van de verschillende steden.

KH = kandidaat-huurders


Ellenlange wachtlijsten

Verder haalt Mallants aan dat Open Vld ook voorbijgaat aan een ander belangrijk feit: bij de toewijzing van een sociale huurwoning wordt doorgaans voorrang gegeven aan kandidaten die al minstens drie jaar op de wachtlijst staan in een bepaalde gemeente. Wie vanuit een andere stad of gemeente zijn kans waagt, vangt dus bot. Dat kandidaat-huurders al snel meerdere jaren op een lijst terechtkomen, levert bovendien extra bewijs dat er geen sprake kan zijn van een aanzuigeffect.


Geen overvloed, wel een schrijnend tekort

Ook de stelling dat er al voldoende sociale huurwoningen zijn, loopt mank. Integendeel, er is een schrijnend tekort. In West-Vlaanderen zijn er zo’n 30.000 sociale huurwoningen, wat neerkomt op amper 6,4% van alle woningen in de provincie. Tegelijk staan er ongeveer 20.000 West-Vlaamse gezinnen op een wachtlijst ingeschreven. En volgens een rapport van het steunpunt Data & Analyse van Provincie West-Vlaanderen*, bedraagt de gemiddelde tijdspanne tussen inschrijving en toewijzing maar liefst 920 dagen of ruim 2,5 jaar.

Kortom, om iedereen op de wachtlijsten effectief een sociale woning toe te kennen, moeten we ongeveer 20.000 woningen bijbouwen. Een hallucinant cijfer, zeker als je weet dat er de afgelopen 2 jaar amper 750 nieuwe sociale huurwoningen zijn bijgekomen in West-Vlaanderen*. Aan dat tempo duurt het nog 26 jaar vooraleer de wachtlijsten volledig zijn weggewerkt.

 


Sociale huisvesting zuigt geen armoede aan, ze lost ze op!

Als een gezin met een laag inkomen meer dan de helft van het beschikbaar inkomen moet besteden aan (private) huurlasten, dan loert het gevaar van armoede permanent om de hoek. De berekening van de huurprijzen in sociale huisvesting houdt rekening houdt met het inkomen, waardoor huurders gemiddeld 300 euro korting krijgen op de normale markthuurprijs. Het is dan ook zonneklaar dat het hebben van een sociale huurwoning voor veel mensen de beste bescherming tegen een armoederisico. Het risico daalt na de toekenning van een sociale huurwoning met maar liefst 40%. Dit is een goede zaak, omdat op die manier gezinnen een normaal leven kunnen leiden en volwaardig kunnen deelnemen aan de maatschappij.

Handen samen uit de mouwen

Voor sp.a is het dan ook duidelijk: het aantal sociale huurwoningen in West-Vlaanderen moet zo snel mogelijk omhoog. Van 6% naar 10% van het totale woonpatrimonium zou een degelijke eerste stap in de goede richting zijn. Dat kan alleen als de toekomstige gemeentebesturen en de verschillende huisvestingsmaatschappijen de handen in elkaar slaan.

En dat dit een gedeelde verantwoordelijkheid is, staat buiten kijf. Zowel de Belgische Grondwet (artikel 23) als de Vlaamse Wooncode (artikel 3) steken het niet onder stoelen of banken: iedereen heeft recht op menswaardig, kwaliteitsvol en betaalbaar wonen.

 

(*Bron: provinciebestuur West-Vlaanderen, steunpunt Data & Analyse, rapport ‘De huurmarkt in West-Vlaanderen’, maart 2018.)

Leave a comment